‘Meedoen’ is het uitgangspunt van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deelname aan de samenleving, ook voor kwetsbare burgers, moet de basis van het gemeentelijk beleid zijn. De Wmo wil de maatschappelijke ondersteuning beter laten aansluiten bij de behoeften en de directe leefomgeving van mensen. Binnen de kaders van de wet is het aan gemeenten om de ondersteuning optimaal af te stemmen op de behoefte van hun burgers, samen met die burgers, zorginstellingen en andere lokale partijen. Een van de eisen die de Wmo stelt, is dat de gemeenten de burgers en instellingen die betrokken zijn bij de maatschappelijke ondersteuning, betrekken bij het opstellen van beleid en bij de uitvoering daarvan. Het gaat daarbij niet alleen om belangenbehartiging, maar om betrokkenheid van burgers bij een bredere visie op maatschappelijke ondersteuning in de gemeente
Hoe gaat het in Steenwijkerland?
In onze gemeente wordt de betrokkenheid onder andere tot
uitdrukking gebracht door de instelling van een Wmo-raad. Dit is
een adviescommissie aan het college van B&W. De Wmo-raad is
samengesteld uit vertegenwoordigers van verschillende
belangenorganisaties, zoals die van senioren, lichamelijk en
verstandelijk gehandicapten en mantelzorgers. Daarbij is
geprobeerd de ervaring van burgers op alle beleidsgebieden die
binnen de Wmo vallen, te bundelen. Zij spreken binnen de raad op
persoonlijke titel, maar het is de bedoeling dat zij hun mening ook
hebben gebaseerd op de ervaringen van hun achterban.
De Wmo-raad
De Wmo-raad bestaat nu uit een negental leden en kan
worden uitgebreid tot maximaal 15 leden.
De raad staat onder leiding van een onafhankelijk
voorzitter. Deze onafhankelijke positie van de voorzitter is
bedoeld om vermenging van de verschillende belangen te voorkomen.
De voorzitter staat op deze wijze boven de partijen.
Wat doet de Wmo-raad?
De belangrijkste functie van de Wmo-raad is om het
college van B&W gevraagd en ongevraagd te adviseren over het
gemeentelijk Wmo-beleid. Om een goed advies te kunnen afgeven
waarin de belangen van de burgers het best gediend zijn, is
het nodig dat de Wmo-raad op de hoogte is van de ideeën die mensen
vanuit hun ervaringen hebben. De Wmo-raad raadpleegt in het traject
dat tot een advies leidt, de achterbannen of betrokken groepen.
Bovendien worden zij in de gelegenheid gesteld ervaringen in te
brengen op het beleidsonderdeel waarover een advies moet worden
uitgebracht. Als wordt afgeweken van een advies van de Wmo-raad
moet het college van B&W de redenen hiervan aangeven. Ook moet
het gemeentebestuur tijdig advies aanvragen bij de Wmo-raad en
zorgen voor alle informatie die van belang is om een goed advies te
kunnen geven.
Over welke onderwerpen zijn adviezen gegeven?
De Wmo-raad heeft zich vanaf de, op 15 november 2006
gehouden, eerste oriënterende vergadering, eerst beziggehouden met
het zoeken naar kandidaten voor de Wmo-raad. Op 15 januari 2007 is
de huidige raad met zijn werk begonnen. Over de volgende
onderwerpen is gesproken en is advies aan het college van B&W
uitgebracht:
- Instellingsbesluit Wmo-raad
- De beleidsnotitie Individuele Voorzieningen
- Het visiedocument Wmo
- De notitie Lokaal Gezondheidsbeleid