Roerende-ruimtebelasting (RRB)

De roerende-ruimtebelastingen (RRB) lijken veel op de onroerende-zaakbelastingen. Ze worden geheven voor roerende woon- en bedrijfsruimten, die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik. Ruimten die slechts een recreatief karakter hebben kunnen dus niet in de heffing betrokken worden. Voor een ruimte die wel permanent gebruikt mag worden, maar alleen voor recreatie wordt gebruikt, kan wel belasting geheven worden. Net als bij de onroerende-zaakbelastingen gaat het om twee belastingen: een gebruikersbelasting en een eigenarenbelasting.

Aanslag RRB

Voor de RRB is de situatie op 1 januari van het jaar bepalend. Dit wil zeggen dat degene die op 1 januari eigenaar en/of gebruiker is, de aanslag voor dat hele jaar moet betalen. en verkoop of een verhuizing na 1 januari heeft hier geen invloed op.

Waardering roerende zaak

De hoogte van de aanslag RRB is afhankelijk van de getaxeerde waarde van de desbetreffende ruimte. Aan woonruimten wordt de waarde in het economisch verkeer toegekend. Dat is het bedrag dat de meestbiedende potentiële koper voor de ruimte zou willen betalen bij een verkoop. Bij de taxatie is het uitgangspunt dat wordt gewaardeerd alsof de ruimte leeg, zonder hypotheek en zonder andere zakelijke rechten kan worden verkocht. Ook wordt er bij de waardering vanuit gegaan dat de ruimte onmiddellijk in gebruik te nemen is.Bij woonschepen wordt ook de (waarde van de) ligplaats meegenomen in de waardering. Ook aan bedrijfsruimten wordt de waarde in het economisch verkeer toegekend, of, als die hoger is, de gecorrigeerde vervangingswaarde. Bij de waardering wordt uitgegaan van het waardeniveau van 1 januari 2016. Wanneer een ruimte tussen 1 januari 2016 en het begin van het belastingjaar (1 januari 2017) wijzigingen heeft ondergaan, bijvoorbeeld door bouw of sloop, worden deze wijzigingen wel meegenomen bij de waardering. In dergelijke gevallen wordt uitgegaan van de feitelijke situatie per 1 januari 2017.

Gebruikersbelasting

Het gebruikersdeel van de RRB geldt alleen voor bedrijfsruimten en wordt dus niet in rekening gebracht voor woonruimten. Ook wanneer een ruimte deels woonruimte en deels bedrijfsruimte is, wordt het gebruikersdeel van de RRB niet voor de woonruimte opgelegd. De waarde van het woongedeelte wordt dan uit de totale waarde gehaald. Het gebruikersdeel van de RRB wordt in die gevallen dus op basis van een lagere waarde opgelegd. 

Hoogte van de aanslag

De hoogte van de aanslag RRB is afhankelijk van de aan de ruimte toegekende waarde. Het tarief is een percentage van deze waarde. Er zijn verschillende tarieven voor woonruimten en bedrijfsruimten en voor de eigenaren en de gebruikersbelasting.

Tarieven 2017

  • Eigenaar woning: 0,1106 % van de waarde

  • Eigenaar niet-woning: 0,1864 % van de waarde

  • Gebruiker niet-woning: 0,1507 % van de waarde

Vragen

Voor meer informatie over de roerende-ruimtebelasting kunt u contact opnemen met de gemeente.