Geschiedenis belangrijkste kernen

Hieronder vindt u heel beknopt de geschiedenis van de voornaamste kernen in de gemeente Steenwijkerland.

Steenwijk

Steenwijk is vanouds de hoofdplaats van de Stellingwerven. De oudste kerk in dit gebied moet vóór het jaar 1000 gesticht zijn in de plaats Steenwijk. In 1296 wordt de kerk van Steenwijk verheven tot kapittelkerk, na Deventer en Oldenzaal de derde in Overijssel. De plaats Steenwijk wordt in 1296 aangeduid als oppidum, versterkte plaats. In 1324 is er sprake van schepenen in Steenwijk en in 1327 bevestigt de bisschop het Steenwijker stadsrecht, dat afgeleid is van Deventer, Kampen en Zwolle. Deze laatste bepaling zorgt voor de band van Steenwijk met Overijssel. Gemeente Steenwijk ontstond in 1811 uit het stadgericht van die naam.

Steenwijkerwold

Steenwijkerwold wordt voor het eerst in 1368 genoemd. De kerk van Steenwijkerwold wordt in 1381 afgesplitst van Steenwijk. Pas in 1524 is er voor het eerst sprake van een aparte schout van Steenwijkerwold. In 1811 ontstond gemeente Steenwijkerwold uit het schoutambt Steenwijk.

IJsselham

De oudste vermelding van de kerk van IJsselham is in 1132. De oorkonde is echter vervalst. Door de voortschrijdende vervening verloor IJsselham snel aan betekenis en werden Blankenham en Oldemarkt belangrijker.

Kuinre

Kuinre was een zelfstandige heerlijkheid of graafschap. In 1407 kocht de bisschop van Utrecht deze heerlijkheid, waarna Kuinre een Overijssels schoutambt werd. Rond 1600 werd het schoutambt van Kuinre gecombineerd met dat van Blankenham. De havenplaats Kuinre had een bestuur met stedelijke elementen, maar het verlenen van stadsrechten was na 1407 in onbruik geraakt. Kuinre ontstond in 1811 uit het schoutambt Kuinre en Blankenham. Blankenham werd vervolgens in 1811 afgesplitst.

Blankenham

Blankenham kreeg in 1418 een eigen kerk, een dochterkerk van IJsselham. De naam Blankenham is afgeleid van de stichter van de kerk, bisschop Frederik van Blankenheim. In 1818 werd Blankenham afgesplitst van Kuinre. Tot de opheffing van de gemeenten Kuinre en Blankenham in 1973 hadden ze steeds dezelfde burgemeester.

Oldemarkt

Oldemarkt is in de dertiende eeuw ontstaan als nederzetting van koop- en handwerkslieden. In 1338 was Paaslo duidelijk nog belangrijker dan Oldemarkt. Toen werd namelijk de parochie Paaslo gesticht als dochterkerk van Steenwijk. Sinds 1438 werden in Oldemarkt twee jaarmarkten en een weekmarkt gehouden, waardoor de plaats een zekere stedelijke ontwikkeling doormaakte. Dat was echter te laat om nog formeel stadsrechten te kunnen krijgen. Rond 1448 werd er een kapelletje gesticht, dat in 1489 de parochierechten van Paaslo overnam. In 1811 ontstond gemeente Oldemarkt uit het schoutambt Oldemarkt, Paaslo en IJsselham.

Vollenhove

Als Vollenhove in 944 voor het eerst genoemd wordt, betreft het een uitgestrekt woudachtig gebied. De vorming van het landsheerlijke gebied Overijssel begint met de verwerving van het jachtrecht in het woud Fulnaho in dat jaar door de bisschop van Utrecht. De slotkapel van de bisschop werd voor 1206 een parochiekerk. De gemeenschap "Op de Kamp" voor het kasteel Vollenhove kreeg in 1354 stadsrechten.

In 1811 werden het stadgericht en het schoutambt Vollenhove gesplitst in Blokzijl en Vollenhove. In 1818 werd Vollenhove opgedeeld in Stad Vollenhove en Ambt Vollenhove, hetgeen een aanzienlijke inperking van Blokzijl ten gunste van Ambt Vollenhove betekende. In 1942 werden Stad en Ambt Vollenhove weer samengevoegd tot Vollenhove.

Blokzijl

De plaats Blokzijl ontstond in de vijftiende eeuw als havenplaats, van waaruit turf over de Zuiderzee werd vervoerd. De oudste vermelding is van 1438. Toen de bisschop van Münster in 1672 Overijssel onder de voet liep, liet hij - op weg naar Groningen - Blokzijl letterlijk links liggen. Blokzijl was daardoor plotseling een belangrijk bruggenhoofd voor de herovering van Overijssel. Het kreeg onmiddellijk in 1672 Hollandse stadsrechten. Nadat echter in 1674 de staten van Overijssel in hun functie hersteld waren, moest Blokzijl zijn privilege weer inleveren. In 1811 werden het stadgericht en het schoutambt Vollenhove gesplitst in Blokzijl en Vollenhove. Blokzijl werd behoorlijk kleiner door de splitsing van Vollenhove waarbij een deel van het Blokzijlse gebied bij Ambt Vollenhove gevoegd werd.

Giethoorn

De eerste bewoners van Giethoorn zou een groep flagellanten geweest zijn, een middeleeuwse godsdienstige sekte van zelfgeselaars. Zij worden wel de Sint Maartenslieden genoemd. Ze vestigden zich daar in de dertiende eeuw met toestemming van de bisschop van Utrecht.  In 1324 wordt melding gemaakt van een kerk in Giethoorn.

Wanneperveen

Wanneperveen wordt in 1284 voor het eerst genoemd. De kerk van Wanneperveen wordt voor het eerst genoemd in 1324. Wanneperveen omvatte het gebied van het schoutambt Wanneperveen en Dinxterveen, met uitzondering van het in 1795 verzelfstandigde Zwartsluis.

Met dank aan mr. Caspar van Heel, oud provinciaal archiefinspecteur van Overijssel.