Toets op beschikbare geldmiddelen

Per 1 oktober 2020 wordt in de Tozo 3 een beperkte vermogenstoets op beschikbare geldmiddelen ingevoerd.

Deze toets komt in aanvulling op de toetsen die in de Tozo 2 bestaan. De toets op beschikbare geldmiddelen is zodanig vormgegeven dat zelfstandigen niet worden gedwongen onderdelen van hun bedrijf te liquideren. Dit zou namelijk ten koste gaan van de levensvatbaarheid van de onderneming. De toets houdt in dat ondernemers met meer dan € 46.520 aan beschikbare geldmiddelen niet in aanmerking komen voor de Tozo 3.

De beschikbare geldmiddelen worden meegeteld van:

  • uzelf;
  • uw partner;
  • uw inwonende kinderen jonger dan 18 jaar;
  • die van uw bedrijf als u een eenmanszaak heeft.

De beschikbare geldmiddelen van het inwonende, minderjarige, kind tellen mee als het op het woonadres van de ondernemer is ingeschreven in de BRP.

De Tozo is een bijstandsuitkering, bedoeld voor het levensonderhoud van het gehele gezin. Daarmee is het logisch en conform de Participatiewet, en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 – dat rekening wordt gehouden met het vermogen van het gehele gezin. Dit betekent dat niet alleen wordt gekeken naar uw vermogen, maar ook naar het vermogen van uw partner en van uw minderjarige, inwonende kinderen.

Beschikbare geldmiddelen

Met beschikbare geldmiddelen wordt bedoeld geldmiddelen waarover de ondernemer beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Het gaat dus ook om middelen die tot geld omgezet kunnen worden.

Beschikbare geldmiddelen zijn:

  • contant geld;
  • geld op betaal- en spaarrekeningen (zowel in Nederlandse als buitenlandse valuta), exclusief (spaar)deposito’s die niet direct beschikbaar kunnen worden gemaakt. Een depositorekening dient wél meegerekend te worden als u een boete moet betalen om het geld per direct beschikbaar te krijgen. Een depositorekening dient niet meegerekend te worden indien de voorwaarden het direct beschikbaar maken onmogelijk maken;
  • cryptovaluta (zoals bitcoins);
  • de waarde van effecten (hierbij gaat het om beleggingsrekeningen met aandelen, obligaties, en opties en effecten in depot). Uitgezonderd zijn:
    • Aandelen in de eigen onderneming;
    • Aandelen op uw naam;
    • Aandelen welke niet direct in geld kunnen worden omgezet (bijvoorbeeld een aandeel waar een pandrecht op rust dat niet snel opgeheven kan worden).

Geldmiddelen die niet mee tellen zijn:

Ander vermogen dan hiervoor genoemd, waaronder dat uit de eigen woning, afgeschermd pensioen, bedrijfspand, machines, zakelijke apparatuur en voorraden. Daarnaast is er een lijst met uitkeringen en vergoedingen die worden vrijgelaten.

Heeft u een eenmanszaak? De Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB (TVL) en een tegemoetkoming uit de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) hoeft u tot 3 maanden na uitbetaling niet mee te rekenen. Dit volledige bedrag mag u gedurende deze 3 maanden van het totale bedrag aan beschikbare geldmiddelen aftrekken.


Peildatum van de toets op beschikbare geldmiddelen

Voor de hoogte van uw beschikbare geldmiddelen wordt een peildatum gebruikt. Deze datum hangt af van de ingangsdatum van uw aanvraag:

Vraagt u de uitkering aan met terugwerkende kracht vanaf de 1e van de maand? Dan moet u de hoogte van de beschikbare geldmiddelen op de dag voorafgaand aan die 1e van de maand berekenen. Bijvoorbeeld: vraagt u op 10 oktober 2020 Tozo 3 aan met ingang van 1 oktober 2020? Dan berekent u de hoogte van uw beschikbare geldmiddelen op 30 september 2020.

Vraagt u de uitkering aan vanaf een datum in de toekomst? Dan berekent u de hoogte van de beschikbare geldmiddelen op de dag voorafgaand aan de dag waarop u de uitkering aanvraagt. Bijvoorbeeld: vraagt u Tozo 3 op 15 oktober 2020 aan vanaf 1 november 2020? Dan berekent u de hoogte van de beschikbare geldmiddelen op 14 oktober 2020.


Spaargeld dat is bedoeld voor pensioen, arbeidsongeschiktheid, belasting of de studie van kinderen

Al het geld dat u op betaal- en spaarrekeningen heeft staan telt mee voor de toets op de beschikbare geldmiddelen (met uitzondering van depositorekeningen waarvan de voorwaarden het direct beschikbaar maken onmogelijk maken). Ander vermogen, waaronder dat uit de eigen woning, bedrijfspand, machines, zakelijke apparatuur en voorraden, wordt buiten beschouwing gelaten. Ook het hebben van een arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft geen invloed op de beschikbare geldmiddelen. Daarnaast blijft afgeschermd pensioen buiten beschouwing. Onder afgeschermde middelen wordt bijvoorbeeld verstaan: kapitaalverzekeringen (waaronder lijfrente) of een depositorekening waarbij tussentijds opnemen van het geld volgens de voorwaarden onmogelijk is. Als u een boete moet betalen voor het opnemen van geld van een depositorekening telt het geld op deze rekening wél mee voor de beschikbare geldmiddelen.

Vanwege uitvoerbaarheidsoverwegingen is ervoor gekozen om een beperkte vermogenstoets te hanteren. Daarom is enerzijds gekozen voor een behoorlijk hoog bedrag (in vergelijking met wat bij de Participatiewet geldt) en hoeft u alleen beschikbare geldmiddelen mee te tellen en geen ander vermogen. Anderzijds is het daardoor niet mogelijk om rekening te houden met de intentie waarmee u gespaard heeft. Ook het geld dat u op uw betaal- en spaarrekeningen heeft staan dat is bedoeld voor bijvoorbeeld pensioen, arbeidsongeschiktheid, een verwachte belastingaanslag of de studie van uw kinderen telt u mee bij de toets op beschikbare geldmiddelen. Ditzelfde geldt voor de beschikbare geldmiddelen van uw partner en uw inwonende kinderen tot 18 jaar.