Kernengeld

Een belangrijk onderdeel van het kernen- en wijkenbeleid is het zogenaamde kernengeld. Met deze financiële middelen zijn de plaatselijke belangen en wijkorganisaties (PBW’s) in staat om (kleinschalige) projecten te realiseren. Het kernengeld bestaat uit drie onderdelen: organisatiegeld, koppengeld en professionele ondersteuning. Daarnaast is er nog een zogenaamde reserve Kernen en Wijken.

  • Organisatiegeld

    Elk plaatselijk belang en wijkorganisatie (PBW) ontvangt jaarlijks organisatiegeld met de bedoeling hiermee de organisatie- en administratiekosten te kunnen dekken. Aangezien hiermee de drempelkosten worden gefinancierd, is het bedrag voor elke vereniging gelijk, ongeacht omvang. (2016: € 1.244,00)

  • Koppengeld

    Elk(e) Plaatselijke Belang en Wijkorganisatie (PBW) ontvangt jaarlijks een bedrag per inwoner om projecten te financieren. In 2016 is dit € 1,88 per inwoner. Dit heet koppengeld. De criteria voor het aanvragen van koppengeld zijn minimaal en daarmee laagdrempelig om zoveel mogelijk initiatieven van verenigingen te stimuleren.

  • Reserve kernen en wijken

    Voor het plaatselijk belang of wijkorganisatie is het ook mogelijk gebruik te maken van de reserve kernen en wijken. Deze reserve is bedoeld als hefboom voor subsidiemogelijkheden via andere instanties dan de gemeente.