Brief van de keizer

In de 14e eeuw is in en rond de vesting Steenwijk heel wat afgevochten. Door de Geldersen, de Friezen, de Zwollenaren. De Steenwijkers zelf waren ook niet mis. Steenwijk stond onder het toezicht van de bisschop van Utrecht, die zelf weer aangestuurd werd door keizer Karel V.

Moedig

Omdat een aanval van de Friezen moedig was afgeslagen, kreeg Steenwijk in 1523 van de bisschop van Utrecht het recht meer markten te organiseren. De omringende dorpen zagen hun inkomsten verdwijnen en namen drastische maatregelen. Steenwijk werd bijna totaal verwoest. Het gezag over Steenwijk werd toegewezen aan de Stadhouder van Friesland en Overijssel.

Georg Schenck

De Stadhouder Georg Schenck van Toutenburg (1480-1540) besliste in overleg met Karel V, dat Steenwijk door de inlijving bij Friesland het recht verloor op de Steenwijker Kamp en de helft van inkomsten uit de handel. Een soort belasting aan de Keizer en de Stadhouder.

Brief

In 1534 werd Steenwijk aan Overijssel overgedragen. Dat had gevolgen voor de stad. Oude schulden moesten betaald worden. De Keizer gaf Steenwijk daarom de Kamp en andere privileges weer terug. Dat staat in de akte uit 1534 van Karel V. Deze belangrijke akte is zorgvuldig bewaard gebleven en kan nog steeds bekeken worden.

De brief van de keizer

Een verkorte weergave uit de akte:

'Karel, keizer enz. geeft, daar de stad door hare hereniging met Overijssel wordt verplicht tot betaling van hare oude schulden aan dit landschap, aan Steenwijk, tot onderhoud harer vestingwerken, terug de inkomsten van de Zuidermeenthe en van de landerijen, de stadsweren en het Loo, welke inkomsten in 1523 waren bestemd ten behoeve van de keizer en tot onderhoud van het blokhuis binnen de stad, behoudende de keizer voor zich en zijne nakomelingen de eveneens in 1523 van de stadsinkomsten afgescheiden halve waag en de turfmanden en bovendien jaarlijks twintig wagens turf ten behoeve van onze officier van Steenwijk.'