Een middeleeuws drinklied uit 1702

Drinklied

Dit Latijnse drinklied is in 1702 achterin het rekeningboek (de ‘legger’ of ‘blaffaard’) van het Sint Antoniusgilde in Vollenhove gekladderd. Het gilde was een liefdadige instelling die jaarlijks op de naamdag van de naamheilige een feestmaal hield. Hoe het daar toeging? Het lied geeft een indruk:

Quicunque vult esse frater                                     Al wie broeder mee wil zijn,     

Bibat bis vel ter vel quater                                     Drinke twee- of driemaal wijn,           

Bibat semel cum secundo,                                      Drink de eerste met de tweede,          

Donec nihil sit in fundo.                                       Tot de roemer is geledigd.

Bibit hera, bibit herus,                                         Vaders drinken, moeders klinken,

Ad bibendum nemo serus.                                     Niemand is te oud voor drinken.

Bibat nobilis cum prole,                                       Edelman drinkt met bedelman,

bibat consul cum pastore.                                      Wethouder met predikant.

Et pro patria et pro rege                                      En voor vorst en vaderland

Bibamus vinum sine lege.                                     Drinken we uit de losse hand.

Et pro pace et pro patria satrapa                           Voor de vrede en het vaderland de drost

Bibamus vinum sine aqua                                    Drinken we de tegen de dorst.

Haec est lex potatica,                                           Broeders, zusters, opgelet:

Amicorum amicarum corda fidelia.                        Op de drinkebroederswet!

 In twee zeventiende-eeuwse boeken zijn gedrukte versies van dit lied te vinden. De woorden zijn niet helemaal hetzelfde als in de Vollenhoofse tekst. Zulke variaties zijn normaal in mondeling overgeleverd teksten. De versie uit 1652 staat in een boek van de lutherse predikant J.M. Dilherr uit Neurenberg. Hij had geen goed woord over voor dit ‘verderfelijke gezang der natte broeders’. In 1652 werd de tekst in de Neurenbergse variant ook in een Franeker studentenalbum opgenomen.

 Maar het lied is nog veel ouder. Het stamt uit de dertiende eeuw en is eigenlijk een parodie op de katholieke (Latijnse) liturgie. In de Neurenbergse en Franeker tekstvarianten staat bijvoorbeeld:

Bibit ille, bibit illa,                                 Mannen drinken, vrouwen drinken,

bibit servus cum ancilla.                           Huisknechten met meiden klinken.

 Deze regels staan precies zo in een drinklied in de beroemde middeleeuwse liederenbundel Carmina Burana. Met hun opvallende rijm klinken ze als het lied Dies Irae uit de klassieke Latijnse dodenmis:

Dies irae, dies illa                                  Op die dag, de Dag der Toorn
Solvet saeclum in favilla                           Gaat de wereld in as verloren.

En zo zit de oorspronkelijke middeleeuwse versie vol roomse taalgrapjes. Er is toen vast hard om gelachen, maar de protestantse Vollenhoofse gildebroeders uit 1702 zullen deze insider jokes wel niet meer hebben begrepen. Verklaart dit ook waarom aan de tekst in de legger nog zo is gesleuteld?

 Tekst door dr. Kees Kuiken, Haren

Literatuur

*A. Canonherius, De admirandis vini virtutibus libri tres (Antwerpen 1627) 501.

*J.M. Dilherr, Disputationum academicarum praecipue philologicarum tomus I (Neurenberg 1652) 23.

W.P. Gerritsen & Willem Wilmink, Lyrische lente (Amsterdam 2000) 48-55, 64-67.

F.E. Harrison, Millennium, a Latin reader a.d. 374-1374 (Oxford 1968) nr. 52.

David Parlett, Selections from the Carmina Burana (Penguin Classics, Harmondsworth 1986) 236-238.

J. Visser, Album collegii studiosorum ex Gymnasio Leovardiensi (Franeker 1985) 128.

De met een *sterretje gemerkte titels zijn te lezen op – en gratis te downloaden van – GoogleBooks.